Vincenzo Lancia

Het is zelden dat mensen de moed vinden om hun goed betaalde job te laten vallen teneinde hun echte passie te volgen. Gelukkig voor hen die dat wel doen, zijn er enkele die beroemd geworden zijn omwille van hun verwezenlijkingen. Dit was het geval met Vincenzo Lancia die zijn loopbaan als boekhouder opgaf zodat hij auto’s kon gaan fabriceren en de wereld enkele van de meest moderne wagens van zijn tijd kon aanbieden.

Alhoewel dat sommige zullen beweren dat 1906 niet bepaald boeiend was wat betreft ontspanning en arbeidsmogelijkheden in vergelijking met 2008, toch was het begin van de 20ste eeuw een van de meest productieve periodes in de geschiedenis. Vicenzo Lancia was in 1906 pas 25 jaar toen hij met zijn  collega Claudio Fogolin zijn eigen autofabriek oprichtte.

Met een vooruitstrevendheid voor alles wat mechanisch was en een bijna onovertroffen vaardigheid in het vaststellen van motorgebreken en het herstellen ervan , evenals het feit dat hij ervaring had als testrijder voor Fiat, zou Vincenzo Lancia een wagen ontwerpen die de opvatting over auto’s van de Italianen en misschien wel van heel de wereld zou veranderen. In 1907 kwam hij op de proppen met de Alpha, een wagen die verbazingwekkend vernieuwend was voor zijn tijd. Naast het feit dat de wagen uitgerust was met een stoere, betrouwbare en sympathieke motor, was de Alpha ook verbazingwekkend licht: Vincenzo had gebruik gemaakt van een buisstructuur voor de vooras van de wagen in plaats van deze in massief staal te maken zoals de autofabrikanten toen deden.

Zes jaar later zou Lancia dan de Theta op de markt brengen die de eerste Europese auto was die uitgerust werd met een ingebouwd elektrisch systeem. Reeds voor de twintiger jaren had Lancia ook een patent genomen op twee motortypes, een 45°V8 en een massieve en smalle 22°V12. Die ontwikkelingen zouden in 1922 leiden tot het lanceren van de spectaculaire Lambda, een model dat het product was van de verwezenlijkingen op het gebied van ingenieursschap en design. De Lambda had een onafhankelijke voorophanging, een in de vloer ingebouwde transmissietunnel en de eerste smalle V4 motor ter wereld, om maar enkele vernieuwingen van de wagen te vermelden.

Tegen 1931 was het rijcomfort verder opgevoerd door het invoeren van de flexibele motorophanging in de Astura. Net zoals de “zwevende motor” waarvan Chrysler het patent had, gebruikte het systeem smalle rubberen schokdempers om het geluid te dempen en de trillingen te stoppen. De nalatenschap van de technologische verbeteringen en vernieuwende patenten zou verder gaan in de Augusta van 1933, een model dat uitgerust was met moderne hydraulische remmen, zowel vooraan als achteraan en met portieren die opengingen als een  “kleerkast”. Dit laatste maakte geen gebruik meer van een centrale staander en maakte dus het in- en uitstappen van de wagen zeer gemakkelijk.

Nadat in 1937 ook de Aprilia op de markt kwam, ging Lancia verder snel vooruit in het race circuit. Samenvallend met het nieuwste ingenieurswezen van het bedrijf, schoven de resultaten in rally’s zowel doorheen Italië als de rest van Europa, Lancia als de toekomstige grote race favoriet naar voren. Door gebruik te maken van drie brandstoftanks, twee van buiten en een achteraan, achter de piloot, en tevens ook van een volledige 4wiel aandrijving, leken de race wagens van Lancia wel het resultaat te zijn van ontwerpen uit de toekomst.

Lancia zou ook Ferrari zijn hele technische staf  evenals zijn ontwerpen ter beschikking stellen, waarbij hij de Scuderia zou helpen om het Wereldkampioenschap F1 in de vijftiger jaren te winnen. De zeventiger jaren zagen dan de geboorte van een legende in de racewereld , de Stratos.

Haar ultra licht koetswerk dat gemaakt was van aluminium en plastiek versterkt met glasvezels, inspireerde het verschijnen van latere modellen zoals de Beta, de Rally 037 en de Delta S4, waarbij deze laatste gebruikte maakte van composiet materialen, een gevorderde dubbele turbocompressor en vierwielaandrijving.

Nadat Lancia veel nieuwigheden op de markt gebracht had, begon zijn reputatie in de negentiger jaar te verminderen omwille van klachten van mindere betrouwbaarheid. Sedertdien heeft er naar gestreefd om een comeback te maken door het op de markt brengen van modellen als deze van  95 en de meer recente Thesis, een elegante sedan waarvan men zegt dat het de belichaming is van het rijcomfort. Door de lancering van de Thesis in 2002, is het merk deels terug gekeerd naar haar kernwaarden, deze van de verbazingwekkende elegante designs en de bijna perfectie onder de motorkap.